ECLI:NL:CRVB:2018:2812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid woon- en leefsituatie
Appellante vroeg bijstand aan en gaf als briefadres een opvanglocatie op. Het college kende haar voorschotten toe, maar wees later de aanvraag af en vorderde de voorschotten terug omdat zij niet voldeed aan haar inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij niet in staat was het gesprek met de consulent voort te zetten, maar de Raad stelde vast dat zij op heldere wijze antwoorden gaf totdat zij werd geconfronteerd met waarnemingen over haar verblijf bij haar ex-vriend in België.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende duidelijkheid had verschaft over haar hoofdverblijf en dat het college terecht de aanvraag afwees. De aanwezigheid van een sociaal rechercheur die ook bij eerdere intrekking betrokken was, maakte het handelen van het college niet onzorgvuldig. Het college hoefde geen huisbezoek af te leggen omdat appellante verklaarde dakloos te zijn.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie.