Uitspraak
17.1333 PW
.Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma-Hovers.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt een ouderdomspensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). Naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst bracht de Sociale verzekeringsbank (Svb) vanaf januari 2016 de voorlopige teruggave inkomstenbelasting van €1.053,- over 2016 maandelijks in mindering op de AIO-aanvulling.
Appellante maakte bezwaar tegen deze mindering, maar dit bezwaar werd door de Svb ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de teruggave niet op de AIO-aanvulling in mindering mocht worden gebracht.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 31 en Pro 32 van de Participatiewet de voorlopige teruggave inkomstenbelasting moet worden toegerekend aan de periode waarop deze betrekking heeft en als inkomen moet worden beschouwd. De Svb heeft de teruggave daarom terecht naar evenredigheid over de maanden van 2016 verdeeld en in mindering gebracht op de AIO-aanvulling.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige teruggave inkomstenbelasting is terecht naar evenredigheid in mindering gebracht op de AIO-aanvulling.