ECLI:NL:CRVB:2011:BU1590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand op grond van juiste toerekening voorlopige belastingteruggave
Appellante diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij haar inkomen mede werd bepaald aan de hand van een voorlopige teruggave inkomstenbelasting over 2008. De Belastingdienst had deze teruggave vastgesteld op een totaalbedrag dat naar evenredigheid over het jaar moest worden toegerekend, resulterend in een maandbedrag van €168.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage wees de aanvraag af omdat het inkomen van appellante, inclusief de teruggave, boven de bijstandsnorm lag. Appellante voerde aan dat haar werkelijke maandelijkse teruggave lager was (€56) vanwege verrekening van te veel ontvangen belasting, en dat dit bedrag als inkomen moest worden gehanteerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de voorlopige teruggave als inkomen moet worden toegerekend aan de periode waarop deze betrekking heeft, ongeacht de feitelijke maandelijkse uitbetaling. De lagere maandelijkse uitkering was een afbetaling van een schuld aan de Belastingdienst en mocht niet als lager inkomen worden beschouwd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.