ECLI:NL:CRVB:2018:2880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- H. Benek
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid staatssecretaris tot ontslag wegens onvoldoende herplaatsingsonderzoek
Appellant was werkzaam bij het Ministerie van Defensie en werd wegens ziekte ontslagen door de staatssecretaris. Het UWV had vastgesteld dat de staatssecretaris onvoldoende had gedaan aan re-integratie en had het loon van appellant doorbetaald.
De staatssecretaris verleende eervol ontslag wegens blijvende ongeschiktheid, maar appellant betwistte dit besluit en stelde dat het medisch oordeel ontbrak en dat herstel binnen zes maanden mogelijk was. De Raad oordeelde dat het medisch oordeel later was meegewogen en dat herstel binnen zes maanden niet te verwachten was.
Appellant stelde verder dat het herplaatsingsonderzoek onvoldoende zorgvuldig was uitgevoerd. De Raad stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende reële mogelijkheden had onderzocht en dat de toegepaste re-integratie-instrumenten te algemeen en vrijblijvend waren.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris niet bevoegd was het ontslag te verlenen en dat een nieuw zorgvuldig herplaatsingsonderzoek over een periode van ten minste zes maanden moet plaatsvinden. Het besluit en de aangevallen uitspraak werden vernietigd en de staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig herplaatsingsonderzoek en de staatssecretaris is niet bevoegd tot ontslagverlening.