ECLI:NL:CRVB:2014:1579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- K.J. Kraan
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens onvoldoende herplaatsingsonderzoek bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
Appellant was jarenlang werkzaam als ambtenaar en werd wegens spanningsklachten en medische beperkingen gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard. Na een periode van ziekte en re-integratiepogingen verleende het college hem ontslag op grond van artikel 8:5 CAR Pro/UWO.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit en stelde dat het herplaatsingsonderzoek onvoldoende zorgvuldig was geweest en dat het ontslag onterecht was. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat op grond van medische gegevens met grote waarschijnlijkheid kon worden aangenomen dat hervatting van het eigen werk tot nieuwe ziekte-uitval zou leiden, maar dat het herplaatsingsonderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd. Zo was appellant niet daadwerkelijk geplaatst in passende functies, ondanks dat sommige functies als passend waren aangemerkt.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en het primaire ontslagbesluit, en oordeelde dat het college niet bevoegd was tot ontslag. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de kosten van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig en volledig herplaatsingsonderzoek bij ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd wegens onvoldoende herplaatsingsonderzoek.