ECLI:NL:CRVB:2018:2890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing woonruimteaanpassing op grond van medische noodzaak WMO
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om woonruimteaanpassingen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, waaronder een toilet in de badkamer. Het college wees dit verzoek af vanwege het ontbreken van medische noodzaak, gebaseerd op een advies van de medisch adviseur van de MO-zaak.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde dat het medisch onderzoek onvolledig was, omdat niet was onderzocht of hij de afstand tussen douche en toilet kon overbruggen gezien zijn beperkingen, waaronder smetvrees.
De Raad stelde vast dat het oorspronkelijke onderzoek onzorgvuldig was, maar liet het besluit in stand op grond van een aanvullend medisch onderzoek dat concludeerde dat appellant de afstand normaal kan overbruggen en dat het onbegrensd tegemoetkomen aan zijn wensen tot verdere invaliditeit zou leiden.
De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant en bevestigde de eerdere uitspraak met verbetering van gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt in stand gelaten ondanks procedurele tekortkomingen.