ECLI:NL:CRVB:2018:2899
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant was werkzaam als schoonmaker en ontving een loongerelateerde WIA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2015-2016 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de verzekeringsartsen concludeerden dat de depressieve episode in remissie was. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat appellant niet geschikt was voor de geduide functies.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende inzichtelijk en overtuigend waren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.