ECLI:NL:CRVB:2018:2928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor assistent consultatiebureau
Appellante was werkzaam als telefoniste en meldde zich in 2009 ziek vanwege rugklachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor meerdere functies, waaronder assistent consultatiebureau. Na een nieuwe ziekmelding in 2015 ontving zij een Ziektewetuitkering die het UWV per 9 november 2015 beëindigde, omdat zij geschikt werd geacht voor genoemde functie.
Appellante maakte bezwaar en bracht medische informatie in, waaronder een rapport van MediThemis en verklaringen van behandelend artsen. Het UWV legde tegenrapporten van verzekeringsartsen over. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten van het UWV zorgvuldig waren opgesteld en dat appellante geschikt is voor de functie van assistent consultatiebureau. De door appellante ingebrachte medische stukken boden onvoldoende aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen. Psychische klachten werden erkend, maar niet als zodanig ernstig dat zij het werk onmogelijk maakten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd omdat zij geschikt is voor de functie van assistent consultatiebureau.