ECLI:NL:CRVB:2018:2954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit over WW-uitkering en nabetalingen
In deze zaak is beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV betreffende de hoogte en berekening van een WW-uitkering en de daarbij behorende nabetalingen. Het oorspronkelijke besluit dateert van 16 december 2015, waarbij appellant in aanmerking werd gebracht voor een uitkering vanaf 11 december 2015. Het UWV heeft dit besluit later herzien vanwege een verkeerde referteperiode en het dagloon verhoogd naar €37,04 per dag.
Appellant maakte bezwaar tegen het herzieningsbesluit van 18 mei 2016, met name tegen de hoogte van de nabetalingen en de gehanteerde maandlonen. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het UWV voldoende en overtuigend heeft toegelicht hoe de nabetalingen zijn berekend en waarom de bedragen per periode verschillen. Daarnaast is de toelichting over de toeslag adequaat.
De Raad stelt vast dat appellant geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd tegen het vastgestelde dagloon en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de besluitvorming onzorgvuldig zou zijn. De rechtbank had het beroep eerder ongegrond verklaard en deze uitspraak wordt door de Centrale Raad van Beroep bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit over de WW-uitkering en nabetalingen wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.