ECLI:NL:CRVB:2018:2976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste vermogensvaststelling
Appellanten ontvingen bijstand vanaf mei 2013, waarbij het college de bijstand introk en terugvorderde wegens het niet melden van eigendom van een appartement in Turkije. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond wegens onvoldoende motivering en handhaafde de rechtsgevolgen omdat niet aannemelijk was dat het vermogen lager was dan de vermogensgrens.
In hoger beroep overleggen appellanten aanvullende bewijsstukken waaruit blijkt dat hun schulden het vermogen overschrijden. Het college neemt deze schulden alsnog in aanmerking en besluit af te zien van intrekking en terugvordering. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet en herroept de besluiten van 21 juli 2015.
De Raad oordeelt dat er geen grond is voor een kostenvergoeding in bezwaar, omdat de herroeping niet aan het bestuursorgaan te wijten is. De beroepen tegen de nadere besluiten worden ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten in hoger beroep en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden herroepen en appellanten hebben recht op terugbetaling en bijstand in de betwiste perioden.