ECLI:NL:CRVB:2017:4473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatigheid huisbezoek en bevoegdheid besluitvorming bij intrekking bijstand
Appellante ontving bijstand en werd verdacht van het niet juist doorgeven van haar woonadres, wat leidde tot intrekkingsbesluiten door het college van Breda. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank de besluiten wegens onvoldoende grondslag, maar oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was en dat geen dwangsommen waren verbeurd.
In hoger beroep stelde appellante dat het huisbezoek onrechtmatig was, onder meer vanwege het zonder toestemming openen van kasten en het maken van foto’s. De Raad oordeelde dat het huisbezoek zelf rechtmatig was omdat er een redelijke grond bestond en geldige toestemming was gegeven. Het openen van kasten zonder toestemming was echter een ernstige inbreuk op de privacy en daarmee onrechtmatig. Het maken van foto’s was niet onrechtmatig vanwege de geringe zwaarte en het belang van een correcte verslaglegging.
Verder stelde de Raad vast dat de commissie Sociaal Domein niet bevoegd was om op bezwaar te beslissen, omdat mandatering aan een onafhankelijke commissie niet was toegestaan. Dit leidde echter niet tot vernietiging van de besluiten vanwege de toepassing van artikel 6:22 Awb Pro. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met verbeterde motivering over de onrechtmatigheid van het huisbezoek.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het huisbezoek deels onrechtmatig was, maar dat de besluiten niet worden vernietigd.