ECLI:NL:CRVB:2018:2991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde arbeidsongeschiktheidsklasse na herbeoordeling WIA-uitkering
Appellante was sinds 7 september 2012 aangewezen voor een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 72%. Na een verzoek tot herbeoordeling wegens vermeende verslechtering van haar medische toestand, handhaafde het UWV bij besluit van 18 april 2013 de hoogte van de uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep bevestigd, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige het arbeidsongeschiktheidspercentage en de passende functies beoordeelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de beoordeling zorgvuldig was en de medische beperkingen en functies passend waren vastgesteld. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren onderschat, mede op basis van een rapport van haar medisch adviseur.
De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die na dossieronderzoek en huisbezoek concludeerde dat de functionele mogelijkhedenlijst van oktober 2013 een juist beeld gaf van haar beperkingen. De Raad volgde dit deskundigenrapport, oordeelde dat de medische stukken uit 2018 niet relevant waren voor de situatie in 2013 en bevestigde dat de voorbeeldfuncties passend waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde indeling van appellante in de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 80% en wijst het hoger beroep af.