ECLI:NL:CRVB:2018:2997
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking wegens vermeende vooringenomenheid rechter
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verzocht om wraking van de behandelend rechter vanwege een vermeende vooringenomenheid. Dit verzoek volgde op de afwijzing van een verzoek om uitstel van de zitting gepland op 30 juli 2018, kort na een operatie van verzoeker.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat wraking alleen kan worden toegewezen indien er feiten of omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid van de rechter. Procedurele beslissingen, zoals het weigeren van uitstel zonder medische verklaring, vormen op zichzelf geen grond voor wraking.
Verzoeker had aangegeven dat een herstelperiode na zijn operatie te kort was en dat het vragen om een medische verklaring onredelijk was. De Raad oordeelde dat het op verzoeker rust om gewichtige redenen aannemelijk te maken om uitstel te verkrijgen. Omdat dit niet is gebeurd, is het wrakingsverzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is uitgesproken door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 september 2018.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.