ECLI:NL:CRVB:2018:3005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek voorlopige voorziening wegens niet betalen griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht voor een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat op grond van artikel 8:82 Awb Pro een griffierecht verschuldigd is voor het verzoek. Verzoeker is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen heeft verzoeker het griffierecht niet voldaan binnen de daarvoor gestelde termijn. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk, conform artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en spreekt dit uit in het openbaar op 2 oktober 2018.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.