ECLI:NL:CRVB:2018:3009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen eerdere toekenning AIO-aanvulling wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante, sinds 2007 woonachtig in Nederland en sinds 2011 met verblijfsvergunning, had recht op de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (KOB) tot 1 januari 2015, waarna deze regeling verviel. Vanaf dat moment ontving zij geen inkomensondersteuning AOW omdat zij geen AOW-pensioen kreeg.
In februari 2016 diende appellante een aanvraag in voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb kende deze toe met ingang van de datum van melding, 17 februari 2016. Appellante maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum, stellende dat zij eerder had moeten worden geïnformeerd en de aanvraag dus eerder had moeten kunnen indienen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een eerdere toekenning rechtvaardigen. Onbekendheid met het recht op AIO-aanvulling en het ontbreken van een actieve informatieplicht van de Svb zijn geen gronden voor terugwerkende kracht. De vergelijking met de KOB is niet relevant omdat de AIO-aanvulling een aanvraagvereiste kent en aan meer criteria wordt getoetst.
De Raad concludeert dat de Svb terecht de AIO-aanvulling met ingang van 17 februari 2016 heeft toegekend en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de AIO-aanvulling wordt toegekend met ingang van 17 februari 2016.