ECLI:NL:CRVB:2018:3011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies met 28,74% verdiencapaciteitsverlies
Appellant, voormalig helpdeskmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte en een longoperatie in 2008. Het UWV stelde vast dat appellant geschikt was voor bepaalde functies, met een verlies aan verdiencapaciteit van 28,74%, en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen objectieve medische gronden waren voor volledige arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat vergroeiing van ribben en pijnklachten hem volledig arbeidsongeschikt maakten. De Raad oordeelde dat de medische stukken onvoldoende onderbouwing boden voor het ontbreken van benutbare mogelijkheden per 8 mei 2014. De vergroeiing en pijn werden deels verklaard door psychosomatische factoren, en een operatie in 2016 verbeterde de situatie tijdelijk.
De functionele beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 9 februari 2015 werden door de Raad als adequaat beoordeeld. De arbeidsdeskundige motiveerde de geschiktheid van de geselecteerde functies voldoende. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.