ECLI:NL:CRVB:2018:3015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid ondanks elektromagnetische hypersensitiviteit
Appellant, voormalig assistent begeleider bij een zorgboerderij, meldde zich ziek met klachten waaronder elektromagnetische hypersensitiviteit (EHS). Het UWV stelde vast dat appellant per 10 februari 2014 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies. Na een nieuwe ziekmelding in juni 2015 werd appellant per 29 juli 2015 geschikt geacht voor de functie van inpakker, waarna het UWV de ZW-uitkering beëindigde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen zorgvuldig medisch onderzoek had plaatsgevonden en dat er een beperking had moeten worden aangenomen voor het niet kunnen functioneren in een omgeving met elektromagnetische straling. Hij stelde dat hij alleen in een volledig stralingsarme omgeving kan functioneren en dat de medische wetenschap en het UWV inmiddels anders oordelen over stralingsklachten.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht geen beperking aannam omdat er geen objectief medische grondslag was voor een dergelijke beperking. De verzekeringsartsen hadden gemotiveerd dat er geen consensus bestaat in de medische literatuur die de stelling van appellant ondersteunt. Ook het feit dat appellant zijn woning had ontdaan van elektriciteit leidde niet tot een andere conclusie.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Gelderland en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor het inwinnen van aanvullende medische informatie of het verrichten van een lichamelijk onderzoek. De ZW-uitkering werd terecht beëindigd omdat appellant in staat werd geacht de functie van inpakker te verrichten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de ZW-uitkering heeft beëindigd omdat appellant geschikt is voor de functie van inpakker ondanks elektromagnetische hypersensitiviteit.