ECLI:NL:CRVB:2018:3016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na WIA-beoordeling wegens geschiktheid voor passende functies
Appellant was werkzaam als griller/kok en meldde zich in 2011 ziek. Na afloop van de wachttijd stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor diverse functies, waaronder productiemedewerker en inpakker. Appellant meldde zich later opnieuw ziek met psychische klachten en ontving toen een WW-uitkering. Het UWV beoordeelde hem opnieuw en achtte hem geschikt voor functies zoals soldering operator en medewerker logistiek.
Het UWV besloot daarom per 6 oktober 2015 het ziekengeld stop te zetten. Appellant maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het UWV het onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd en dat rekening was gehouden met de psychische beperkingen van appellant. De door appellant overgelegde psychologische rapporten zagen niet op de relevante datum.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met beperkingen op aspecten van de Functionele Mogelijkhedenlijst. De Raad oordeelde dat de functies waarvoor appellant geschikt werd geacht geen belasting kennen op die aspecten en dat de recente medische informatie van de psychiater was betrokken. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.