ECLI:NL:CRVB:2018:3055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als heftruckchauffeur, meldde zich ziek vanwege psychische klachten en een herseninfarct. Na uitgebreid onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond. Appellant voerde bezwaar en beroep aan met aanvullende medische informatie, waaronder rapporten van diverse specialisten en de Landelijke Expertisebalie (LEB).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad concludeerde dat het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig en goed gemotiveerd was, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. De arbeidsdeskundige had de functies passend geselecteerd, ook na aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellant had aanvullende rapporten overgelegd die meer beperkingen suggereerden, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep gaf gemotiveerd aan dat deze geen aanleiding gaven tot aanpassing van de beperkingen. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit een toereikende medische en arbeidskundige grondslag had en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.