ECLI:NL:CRVB:2018:3056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als managementassistente, meldde zich ziek vanwege psychische en fysieke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de medische beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met migraine, claustrofobie en vitamine B12-tekort en betwistte de berekening van het maatmanloon.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat de medische klachten voldoende waren betrokken bij het onderzoek en dat de arbeidsdeskundige aannemelijk had gemaakt dat appellante met haar beperkingen de geselecteerde functies kan vervullen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.