ECLI:NL:CRVB:2018:3073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid geldtransacties
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin werd geoordeeld dat de intrekking van de bijstand over juli 2009 en de terugvordering van de gemaakte kosten over die maand in stand blijven.
De Raad stelt vast dat de gronden in hoger beroep een herhaling zijn van eerdere bezwaren die reeds door de rechtbank gemotiveerd zijn weerlegd. Appellante heeft geen nieuwe argumenten aangedragen die de eerdere beoordeling onjuist of onvolledig maken.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en benadrukt dat de inlichtingenverplichting zoals neergelegd in artikel 17 van Pro de Participatiewet objectief is en dat verwijtbaarheid hierbij niet relevant is.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 18 september 2018 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten over juli 2009 worden bevestigd.