ECLI:NL:CRVB:2018:3074
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetebesluit ondanks betwisting financiële draagkracht appellant
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg waarin het beroep tegen een nadere boetebeslissing van 8 november 2016 ongegrond werd verklaard. In dat besluit was de boete verlaagd naar €1.740,- rekening houdend met een fictieve draagkracht bij grove schuld.
Appellant voerde aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met zijn financiële omstandigheden, met name dat de beslagvrije voet in zijn situatie hoger zou zijn dan door het college aangenomen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze beroepsgrond faalt, mede omdat appellant het boetebedrag volledig heeft voldaan en blijkbaar voldoende draagkracht had.
Het feit dat de boete via inhouding op zijn remigratie-uitkering is afgelost, maakte geen verschil in de beoordeling. De Raad zag daarom geen reden voor verdere matiging of bespreking van de beslagvrije voet. Ook werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boete en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende grond voor verdere matiging.