ECLI:NL:CRVB:2018:3112
Centrale Raad van Beroep
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onjuist opgegeven woonadres
Appellant had bijstand ontvangen die per 9 maart 2016 werd ingetrokken omdat hij niet woonde op het door hem opgegeven adres in de periode van 9 maart tot en met 5 april 2016. De rechtbank Overijssel oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt waar hij wel verbleef en dat het recht op bijstand daardoor niet vastgesteld kon worden.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij zijn inlichtingenverplichting niet had geschonden en dat hij niet onterecht bijstand had ontvangen. De Raad volgde de rechtbank en verwierp deze gronden. Appellant verwees nog naar zijn gezondheidssituatie, maar kon dit niet onderbouwen met stukken en gaf aan dat de klachten pas na de beoordelingsperiode ontstonden.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.