ECLI:NL:CRVB:2018:3132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om bijstand over de periode van 9 maart 2016 tot en met 12 april 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had de aanvraag afgewezen omdat appellant zijn financiële situatie niet duidelijk had gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende bankafschriften had overgelegd: van drie bankrekeningen waren de afschriften van één rekening compleet, van één rekening ontbraken ze volledig en van één rekening slechts gedeeltelijk. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen. Tevens ontbrak een onderbouwde verklaring over hoe appellant in zijn levensonderhoud voorzag voorafgaand aan de aanvraag.
Appellant stelde dat hij in bewijsnood verkeerde, maar dit werd niet nader onderbouwd en kon het besluit niet doen afwijken. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.