ECLI:NL:CRVB:2018:3132

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2018
Publicatiedatum
11 oktober 2018
Zaaknummer
17/3886 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie

In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om bijstand over de periode van 9 maart 2016 tot en met 12 april 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had de aanvraag afgewezen omdat appellant zijn financiële situatie niet duidelijk had gemaakt.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende bankafschriften had overgelegd: van drie bankrekeningen waren de afschriften van één rekening compleet, van één rekening ontbraken ze volledig en van één rekening slechts gedeeltelijk. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen. Tevens ontbrak een onderbouwde verklaring over hoe appellant in zijn levensonderhoud voorzag voorafgaand aan de aanvraag.

Appellant stelde dat hij in bewijsnood verkeerde, maar dit werd niet nader onderbouwd en kon het besluit niet doen afwijken. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant.

Uitspraak

17.3886 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 april 2017, 16/6779 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 2 oktober 2018
Zitting heeft: P.W. van Straalen
Griffier: C.A.E. Bon
Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. I. Yaman.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om een afwijzing van een aanvraag om bijstand omdat de financiële situatie van appellant niet duidelijk was.
De te beoordelen periode loopt van 9 maart 2016 tot en met 12 april 2016.
Het college stelt zich terecht op het standpunt dat appellant zijn financiële situatie niet duidelijk heeft gemaakt, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De financiële situatie van appellant is niet duidelijk, omdat bankafschriften over de te beoordelen periode ontbreken. Van de drie op zijn naam staande bankrekeningen zijn de afschriften van één bankrekening compleet. Van één bankrekening zijn er echter geen afschriften overgelegd en van één bankrekening zijn er deels afschriften aanwezig. Alleen al gelet op het ontbreken van die bankafschriften kan het college het recht op bijstand niet vaststellen. Ook ontbreekt een onderbouwde verklaring met betrekking tot de vraag hoe appellant voorafgaand aan de aanvraag in zijn levensonderhoud heeft voorzien. Niet duidelijk is dan ook waarvan appellant heeft geleefd. Appellant stelt weliswaar dat hij in bewijsnood verkeert, maar onderbouwt die stelling verder niet. Die stelling kan er dan ook niet toe leiden dat het bestreden besluit geen stand kan houden.
Dit alles leidt ertoe dat de in hoger beroep aangevoerde gronden niet slagen. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) P.W. van Straalen

MD