ECLI:NL:CRVB:2018:3133
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand dak- en thuisloze wegens schending inlichtingenplicht
In deze zaak is de aanvraag van appellant, die zonder vaste woon- of verblijfplaats is, om bijstand naar de norm voor dak- en thuislozen afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De afwijzing is gebaseerd op het feit dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.
Appellant had meerdere adressen opgegeven, waaronder het adres van een derde persoon (K), waar hij naar eigen zeggen gemiddeld één keer per week verbleef. Bij een bezoek van handhavingsspecialisten aan het adres van K op 19 mei 2016 verklaarde K dat appellant daar nog nooit had geslapen. Deze verklaring werd op 27 mei 2016 telefonisch bevestigd. K kwam later terug op deze verklaring door schriftelijk te verklaren dat appellant op 20 op 21 maart 2016 bij hem had geslapen.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte geen betekenis had toegekend aan de latere schriftelijke verklaring van K. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat volgens vaste rechtspraak de verklaring tegenover een handhavingsspecialist als juist mag worden aangenomen en dat een latere intrekking of ontkenning daarvan weinig betekenis heeft. Er waren geen redenen om hiervan af te wijken, waardoor de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand voor dak- en thuislozen wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht.