ECLI:NL:CRVB:2018:3154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als alpha-hulp en is sinds 2006 uitgevallen vanwege rug- en knieklachten. Diverse besluiten van het UWV stelden vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond.
Na meerdere medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep die de belastbaarheid aanscherpte, maar zonder gevolgen voor de uitkeringsrecht, werd het bezwaar van appellante ongegrond verklaard door de rechtbank Amsterdam. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met verwijzing naar medische stukken en specialistische bevestigingen van toegenomen klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd is uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie is betrokken. De overgelegde aanvullende medische stukken leiden niet tot een ander oordeel. De arbeidsdeskundige rapportage ondersteunt dat appellante geschikt is voor de betrokken functies. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.