Uitspraak
17.390 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
besluit;
het vernietigde besluit van 15 januari 2016;
griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand volgens de norm voor gehuwden en later als alleenstaande ouder. Het college stelde dat appellante en appellant een gezamenlijke huishouding voerden op het uitkeringsadres, waarop de bijstand van appellante werd ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat het college onvoldoende feitelijke grondslag heeft geleverd om te stellen dat appellant zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. Onderzoek en verklaringen van buurtbewoners boden geen concrete aanwijzingen voor het zwaartepunt van het persoonlijk leven van appellant op dat adres.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het besluit tot intrekking van bijstand, herroept het besluit van 30 juni 2015 en veroordeelt het college in de kosten van appellanten. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor gezamenlijke huishouding.