ECLI:NL:CRVB:2018:3171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.L. Boxum
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel 100% verlaging bijstand wegens belemmering arbeid door gedrag
Appellanten ontvangen bijstand sinds september 2013. Appellant werd in maart 2016 door zijn matchmaker verwezen naar een organisatie voor de functie van asbestsaneerder, maar werd niet geselecteerd. Het college legde een maatregel op waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd voor één maand, omdat appellant door zijn kleding en gedrag het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid zou hebben belemmerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond. In hoger beroep betwistten appellanten dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant op het intakeformulier had aangegeven dat hij door de gemeente was gestuurd en liever niet als asbestsaneerder wilde werken. Dit gedrag werd als belemmerend gezien voor het verkrijgen van arbeid.
De Raad verwierp de argumenten van appellanten dat het oordeel subjectief was en dat het dragen van een trainingsbroek niet relevant was. Ook was er geen sprake van discriminatie omdat alleen appellant de maatregel kreeg opgelegd vanwege zijn gedrag. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De maatregel van 100% verlaging van de bijstand voor één maand wegens belemmering van het verkrijgen van arbeid door gedrag wordt bevestigd.