Uitspraak
17.4385 PW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant en zijn partner ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Het college verlaagde hun bijstand met 100% voor een maand, met ingang van 1 oktober 2015. Appellant diende op 2 december 2015 een bezwaarschrift in, dat het college niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening en niet voldoen aan de eisen van artikel 6:5 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit van 30 september 2015 nooit had ontvangen en dat de termijn voor bezwaar pas begon te lopen na ontvangst van een afschrift op 23 november 2015. De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk was verzonden, omdat een deugdelijke verzendadministratie ontbrak.
Verder stelde de Raad vast dat het bezwaarschrift van appellant wel voldeed aan de eisen van artikel 6:5 Awb Pro, omdat het duidelijk was gericht tegen het besluit van 30 september 2015. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en droeg het college op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en werd bepaald dat tegen de nieuwe beslissing slechts beroep bij de Raad mogelijk is.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 30 september 2015 is tijdig en ontvankelijk ingediend, het bestreden besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen.