ECLI:NL:CRVB:2018:3180

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 oktober 2018
Publicatiedatum
16 oktober 2018
Zaaknummer
17/6895-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet melden stoppen studiefinanciering meerderjarige kinderen

Appellant en zijn vrouw ontvingen bijstand, waarvan een bedrag van €3.783,91 werd herzien en teruggevorderd omdat twee van hun meerderjarige inwonende kinderen waren gestopt met studiefinanciering. Dit had gemeld moeten worden omdat het invloed heeft op de toepassing van de kostendelersnorm.

Appellant voerde aan dat hij het herbeoordelingsbesluit waarin deze verplichting stond nooit had ontvangen, maar de Raad oordeelde dat dit risico voor zijn rekening komt. Ondanks de gebrekkige postbezorging had appellant maatregelen moeten treffen en had het hem redelijkerwijs duidelijk moeten zijn dat het stoppen van studiefinanciering invloed heeft op de bijstandsuitkering.

De procedure betrof niet de uitkering van de dochter van appellant, zodat de Raad hierover niet oordeelde. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Den Haag werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van het stoppen van studiefinanciering.

Uitspraak

17.6895 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 oktober 2017, 17/3839 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college)
Datum uitspraak: 25 september 2018
Zitting heeft: J.N.A. Bootsma
Griffier: F. Dinleyici
Partijen zijn niet op de zitting verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. De herziening en terugvordering van € 3.783,91 van de bijstand van appellant en zijn vrouw zijn juist, omdat twee van hun meerderjarige inwonende kinderen geen studiefinanciering meer hadden en daardoor kosten delende medebewoners werden. Appellant had dit niet gemeld.
2. Dat appellant niet wist dat hij dit moest doorgeven, omdat hij het herbeoordelingsbesluit van 28 april 2015 - waarin dit stond - nooit heeft ontvangen, komt voor zijn rekening en risico. Nu de postbode de post vaker niet goed bij appellant heeft bezorgd, had appellant daarvoor maatregelen moeten treffen. Maar ook zonder dit besluit te kennen had het appellant redelijkerwijs duidelijk kunnen en moeten zijn dat het stoppen van studie en studiefinanciering van invloed kan zijn op het recht op bijstand. Het lag dan ook op de weg van appellant om het college hierover tijdig te informeren.
3. Deze procedure gaat niet over de uitkering van de dochter van appellant, zodat de Raad niet kan oordelen over de ingangsdatum van haar uitkering.
4. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) F. Dinleyici (getekend) J.N.A. Bootsma

MD