ECLI:NL:CRVB:2018:3187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante, voormalig parkeercontroleur, ontving een WGA-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordelingen stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en beëindigde haar uitkering. Appellante voerde aan dat haar medische beperkingen, met name het niet kunnen werken boven schouderhoogte, onvoldoende waren erkend.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelde appellante dat nieuwe medische informatie haar beperkingen bevestigde. Het UWV bracht aanvullende medische en arbeidskundige rapporten in die de eerdere beoordeling ondersteunden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beperkingen niet waren onderschat en dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder aanleiding voor schadevergoeding.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellante is terecht beëindigd omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt en zij geschikt is voor de geselecteerde functies.