Uitspraak
16.3230 WIA
OVERWEGINGEN
23 december 2015 van orthopedisch chirurg R.M. Bloem, waarin deze te kennen heeft gegeven dat het plaatsen van een (heup)prothese bij een patiënt van begin dertig hem een vorm van Russische roulette lijkt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig ICT-consultant, meldde zich ziek met klachten aan de rechterheup en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant volledig arbeidsongeschikt was per 9 december 2014, maar niet duurzaam, omdat een heupprothese verbetering kan brengen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het UWV-besluit.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat een heupprothese geen garantie biedt voor herstel en dat zijn jonge leeftijd een contra-indicatie vormt. Ook verwees hij naar een brief van een orthopedisch chirurg die het plaatsen van een heupprothese als risicovol beschouwde. De Raad overwoog dat het UWV een deugdelijke, op het beoordelingskader gebaseerde motivering heeft gegeven en dat de medische situatie van appellant artrose betreft waarbij verbetering mogelijk is.
De Raad concludeerde dat de bezwaren van appellant onvoldoende zijn om het oordeel van het UWV te weerleggen. De plaatsing van een heupprothese kan leiden tot verbetering van de belastbaarheid, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd dat appellant niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is.