ECLI:NL:CRVB:2018:3230
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening wegens niet-betaald griffierecht afgewezen
Verzoekers hebben een verzoek om herziening ingediend dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Het verzoek om betalingsonmacht werd afgewezen omdat verzoekers niet aan de criteria voldeden.
In het verzet stelden verzoekers dat het gehanteerde criterium voor betalingsonmacht niet correct was toegepast en dat dit hun toegang tot de rechter schond, zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro. Zij bepleitten toepassing van het criterium van de beslagvrije voet.
De Raad verwees naar zijn eerdere uitspraak van 13 februari 2015, waarin is bepaald dat voor vrijstelling van griffierecht bij betalingsonmacht het netto-inkomen onder 90% van de bijstandsnorm voor alleenstaanden moet liggen en dat vermogen ontbreekt. Omdat verzoekers bijstand ontvingen naar de gehuwdennorm en niet voldeden aan deze criteria, werd het verzet ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier C.A.E. Bon, op 19 oktober 2018.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.