ECLI:NL:CRVB:2018:3232
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid verzoek herziening griffierecht betalingsonmacht afgewezen
Verzoekers dienden een verzoek om herziening in bij de Centrale Raad van Beroep, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Verzoekers voerden betalingsonmacht aan, maar voldeden niet aan de daarvoor geldende criteria. In verzet stelden zij dat de Raad een onjuiste toepassing gaf aan de criteria voor betalingsonmacht, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Raad uit 2015 en het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
De Raad overwoog dat het criterium voor betalingsonmacht inhoudt dat het maandelijkse netto-inkomen minder moet zijn dan 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande en dat er geen vermogen mag zijn om het griffierecht te betalen. Verzoekers ontvingen echter bijstand op basis van de gehuwdennorm en voldeden niet aan deze criteria. Het beroep op betalingsonmacht werd daarom terecht afgewezen.
De Raad bevestigde dat de gehanteerde criteria in lijn zijn met de uitspraak van 13 februari 2015 en dat het verzoek om herziening terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.