ECLI:NL:CRVB:2018:3240
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig indienen beroepsgronden in WAO-uitkeringszaak
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn aanvraag voor een WAO-uitkering buiten behandeling te stellen. Na afwijzing van het bezwaar stelde appellant beroep in bij de rechtbank, maar diende de beroepsgronden niet tijdig in. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij ziek is en niet kan werken, maar dit had geen invloed op de procedurele tekortkoming. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank, omdat appellant geen geldige reden had voor de termijnoverschrijding bij het indienen van de beroepsgronden.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk verklaarde op grond van artikel 6:6 Awb Pro, omdat appellant de gelegenheid had gekregen om het verzuim te herstellen maar dit niet binnen de gestelde termijn had gedaan. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden.