ECLI:NL:CRVB:2018:3249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende gegevensverstrekking
Appellant heeft op 25 augustus 2015 een aanvraag voor bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag werd afgewezen wegens het niet verstrekken van voldoende gegevens. Na eerdere procedures en een vernietiging van het besluit door de rechtbank, heeft het college de aanvraag opnieuw buiten behandeling gelaten en inhoudelijk afgewezen op grond van onvoldoende onderbouwing.
De kern van het geschil betreft de verklaring van appellant over een bedrag van € 106.950,- dat hij tussen 18 februari en 20 april 2014 aan derden heeft overgemaakt. Het college achtte deze informatie noodzakelijk om het recht op bijstand vast te stellen. Appellant heeft slechts schriftelijke verklaringen overgelegd voor een deel van het bedrag, waardoor het college oordeelde dat de inlichtingenplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht de aanvraag had afgewezen, behoudens de vergoeding van kosten voor de bezwaarprocedure. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zich onvoldoende had kunnen voorbereiden en dat het college ten onrechte het standpunt had gewijzigd. De Raad oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om te reageren en dat het ontbreken van bewijs voor het resterende bedrag voor zijn rekening en risico komt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.