ECLI:NL:CRVB:2018:3291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing individuele inkomenstoeslag wegens niet langdurig laag inkomen
Appellante ontvangt sinds 2011 bijstand als alleenstaande ouder. In 2014 kreeg zij een alleenstaande ouderkorting toegekend door de Belastingdienst, waardoor haar inkomen hoger was dan de bijstandsnorm. Het college herzag daarop haar bijstand en vorderde een bedrag terug.
In 2016 vroeg appellante een individuele inkomenstoeslag aan, die het college afwees omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde van een langdurig laag inkomen in de vijf jaar voorafgaand aan 2016. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het openstaande bedrag te verwaarlozen was en niet tot afwijzing mocht leiden. De Raad oordeelde dat het bedrag van €647,12 niet te verwaarlozen was en dat appellante daardoor niet voldeed aan de voorwaarden van de Participatiewet en de gemeentelijke verordening.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd omdat appellante niet langdurig een laag inkomen heeft gehad.