ECLI:NL:CRVB:2018:3306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering na verzoek tot herbeoordeling en terugkomen op besluit
Appellant, laatst werkzaam als productiemedewerker, vroeg herhaaldelijk om een WAO-uitkering, die het UWV in 1997 en 1998 afwees. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat er geen nieuwe feiten waren die herbeoordeling rechtvaardigden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt is en overhandigde medische verklaringen, maar het UWV en de Raad wezen dit af omdat deze gegevens geen nieuwe feiten bevatten die relevant waren voor de situatie in 1994.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht het verzoek om terug te komen op het besluit van 1998 heeft afgewezen, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. Ook een eventuele beoordeling voor de toekomst gaf geen aanleiding tot herziening. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om een WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.