ECLI:NL:CRVB:2018:331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-besluit
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV inzake haar arbeidsongeschiktheid onder de WIA. Het UWV had op 21 september 2017 een nieuw besluit genomen dat volledig tegemoet kwam aan het bezwaar van appellante tegen het eerdere besluit van 30 december 2013.
De Raad heeft een verzekeringsarts als deskundige benoemd en diverse medische rapporten, waaronder van een cardioloog, bestudeerd. Appellante gaf aan tevreden te zijn met het resultaat van het nieuwe besluit, maar had moeite met de wijze waarop dit tot stand was gekomen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat procesbelang vereist is voor ontvankelijkheid van hoger beroep. Omdat het nieuwe besluit het bezwaar geheel wegneemt en appellante geen belang meer heeft bij beoordeling van de aangevallen uitspraak, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief griffierechten en kosten van de geraadpleegde deskundige cardioloog.
De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 1 februari 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.