ECLI:NL:CRVB:2018:3311
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als sales specialist, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig onderzoek vast dat appellant slechts 1,75% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij ernstige psychische beperkingen had, onderbouwd met verklaringen van behandelend psychologen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant niet waren onderschat. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en vroeg om benoeming van een deskundige vanwege tegenstrijdige medische rapporten.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde echter dat er geen nieuwe medische feiten waren en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige psychische problematiek. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen reden voor benoeming van een deskundige. Gezien de vastgestelde belastbaarheid werd geconcludeerd dat appellant de geselecteerde functies kan verrichten.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.