ECLI:NL:CRVB:2018:3333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens voldoende medische grondslag bevestigd
Appellant was werkzaam als vertegenwoordiger/verkoper en meldde zich ziek vanwege een breuk aan de rechterpink. Het UWV beëindigde de Ziektewetuitkering per 2 november 2015 na een medisch onderzoek waarin appellant geschikt werd bevonden voor zijn laatst verrichte arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn beperkingen. In hoger beroep herhaalde appellant dat hij door beperkingen aan zijn pink niet kon schrijven en zijn werkzaamheden niet kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende objectieve medische stukken had overgelegd om zijn beperkingen aannemelijk te maken. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de ZW-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd wegens voldoende medische grondslag.