Uitspraak
16.5706 AWBZ
26 juli 2016, 15/6082 (aangevallen uitspraak)
mr. M.H.D. Saro.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de procedure is gebleken dat appellante op 18 januari 2018 is overleden. De Raad heeft het onderzoek heropend en een zitting gepland, maar er is geen partij verschenen die het hoger beroep namens appellante wilde voortzetten.
Er is geen bewijs geleverd dat erfgenamen het procesbelang hebben overgenomen of het geding willen voortzetten. Ook na aankondiging in de Staatscourant heeft niemand zich gemeld om als partij deel te nemen. Hierdoor is het processuele belang van het hoger beroep komen te vervallen.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J. Brand in aanwezigheid van griffier B. Dogan op 24 oktober 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na overlijden van appellante zonder voortzetting door erfgenamen.