Uitspraak
16.3228 WIA, 18/3236 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
van € 169,- aan haar vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als office manager, meldde zich ziek wegens gezondheidsklachten na een val. Het UWV stelde aanvankelijk dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestond. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige beoordeling juist.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek ontoereikend was en haar beperkingen werden onderschat. Zij verwees naar een arbeidsgerelateerde revalidatie en benadrukte dat zij geen halve dagen kon werken. Het UWV verrichtte aanvullend onderzoek en wijzigde het besluit, waarbij een hogere mate van arbeidsongeschiktheid van 48,03% werd vastgesteld en recht op een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het eerste besluit van het UWV, maar verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd uitgevoerd. De beperkingen van appellante waren adequaat in kaart gebracht en de geselecteerde functies passend. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het gewijzigde UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en appellante krijgt recht op een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 48,03%.