ECLI:NL:CRVB:2018:3420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting na voorzienbare verhuizing
Appellant ontving sinds 2013 bijstand en vroeg in februari 2016 bijzondere bijstand aan voor woninginrichting en stoffering na verhuizing naar een zelfstandige woning. Het college wees de aanvraag af omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellant de kosten had kunnen reserveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de verhuizing niet voorzienbaar was vanwege een conflict met de verhuurder en een ontruimingsvonnis, waardoor hij onvoldoende tijd had om te reserveren. De Raad oordeelde dat appellant sinds 2013 stond ingeschreven voor een zelfstandige woning en de verhuizing dus voorzienbaar was. De snelle toewijzing na ontruiming deed hieraan niet af.
De Raad bevestigde dat kosten voor woninginrichting in principe uit eigen middelen moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. Die bijzondere omstandigheden ontbraken hier. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt bevestigd omdat de verhuizing voorzienbaar was en appellant de kosten had kunnen reserveren.