ECLI:NL:CRVB:2018:3424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat hij geen recht heeft op kinderbijslag over een deel van 2015 en dat hij een bedrag moet terugbetalen. Tevens verzocht appellant om uitstel van betaling en later om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens een te late uitspraak van de rechtbank.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat er geen sprake was van beroepsmatig verleende rechtsbijstand door een derde. Appellant stelde in hoger beroep dat ook zijn eigen kosten (verletkosten) voor vergoeding in aanmerking komen en vroeg om een schadevergoeding van € 25.000,- wegens een oneerlijk proces door overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad overwoog dat de redelijke termijn niet was overschreden, aangezien de termijn tussen ontvangst van het bezwaarschrift en de uitspraak minder dan vier jaar bedroeg. Daarnaast is niet gebleken dat de gemachtigde van appellant beroepsmatig rechtsbijstand verleende. Het verzoek om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding af en bevestigt de eerdere uitspraak.