ECLI:NL:CRVB:2018:3438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij inwoning van broer en zus zonder melding
Verzoeker ontving bijstand als alleenstaande sinds 2011. Op 9 juni 2017 verklaarde hij dat zijn moeder en zus vanaf april 2016 noodgedwongen tijdelijk bij hem woonden. Dit werd bevestigd door een huisbezoek en een verdubbeld waterverbruik. De Raad oordeelde dat de moeder en zus hun hoofdverblijf hadden in de woning van verzoeker, waardoor zij als kostendelende medebewoners gelden.
Hoewel er geen gezamenlijke huishouding was, zijn zij volgens de Participatiewet kostendelers en geldt de kostendelersnorm in plaats van de alleenstaande norm. Het college had het recht om de bijstand te herzien en terug te vorderen omdat verzoeker zijn inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van de gewijzigde woonsituatie.
Verzoeker beriep zich op een brief en e-mail van het ministerie die zouden bevestigen dat hij recht had op alleenstaande norm, maar de Raad verwierp deze als niet juist en niet afkomstig van het ministerie. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.