ECLI:NL:CRVB:2018:3459

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 oktober 2018
Publicatiedatum
5 november 2018
Zaaknummer
17/3662 PW-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43 WWBArt. 44 WWBParticipatiewet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen recht op wijziging bijstandsnorm met terugwerkende kracht voor alleenstaande ouder

Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Arnhem om haar bijstandsnorm voor de periode januari 2011 tot en met december 2014 te wijzigen naar de norm voor een alleenstaande ouder. Dit verzoek werd afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de afspraken uit de echtscheidingsprocedure niet waren uitgevoerd en dat zij daarom recht had op de hogere norm.

De Centrale Raad van Beroep verwijst naar vaste rechtspraak op grond van artikel 43 en Pro 44 van de Wet werk en bijstand, die ook onder de Participatiewet geldt, dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De rechtbank had geoordeeld dat dergelijke bijzondere omstandigheden niet waren aangetoond.

De Raad bevestigt deze beoordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot wijziging van de bijstandsnorm met terugwerkende kracht wordt afgewezen.

Uitspraak

17.3662 PW-PV

Datum uitspraak: 16 oktober 2018
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 7 april 2017, 16/5403 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (college)
Zitting heeft: W.H. Bel, lid van de enkelvoudige kamer.
Griffier: F.H.R.M. Robbers.
Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Bij besluit van 13 juni 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 24 augustus 2016 (bestreden besluit), heeft het college het verzoek van appellante afgewezen om de norm van haar bijstand voor de periode van januari 2011 tot en met december 2014 te wijzigen naar de norm voor een alleenstaande ouder.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante net als in beroep aangevoerd dat wat is afgesproken in de echtscheidingsprocedure nooit is uitgevoerd en dat zij over de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2014 recht had op bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder.
4. Volgens vaste rechtspraak inzake de toepassing van artikel 43 en Pro 44 van de
Wet werk en bijstand, welke rechtspraak zijn gelding heeft behouden onder de Participatiewet (uitspraak van 21 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV8690), bestaat in beginsel geen recht op bijstand over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen of een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.
5. De rechtbank heeft, anders dan appellante aanvoert, terecht geoordeeld dat in dit geval niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden dat het college met terugwerkende kracht bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder moest verlenen.
6. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.
7. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) W.H. Bel
md