ECLI:NL:CRVB:2018:3459
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Geen recht op wijziging bijstandsnorm met terugwerkende kracht voor alleenstaande ouder
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Arnhem om haar bijstandsnorm voor de periode januari 2011 tot en met december 2014 te wijzigen naar de norm voor een alleenstaande ouder. Dit verzoek werd afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de afspraken uit de echtscheidingsprocedure niet waren uitgevoerd en dat zij daarom recht had op de hogere norm.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar vaste rechtspraak op grond van artikel 43 en Pro 44 van de Wet werk en bijstand, die ook onder de Participatiewet geldt, dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De rechtbank had geoordeeld dat dergelijke bijzondere omstandigheden niet waren aangetoond.
De Raad bevestigt deze beoordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot wijziging van de bijstandsnorm met terugwerkende kracht wordt afgewezen.