ECLI:NL:CRVB:2018:3491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping UWV-besluit over Ziektewetuitkering wegens onjuiste beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als schoonmaker en bakkerijmedewerker, meldde zich op 16 december 2013 ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde op 23 oktober 2014 vast dat appellant vanaf 24 oktober 2014 niet langer recht had op deze uitkering, een besluit dat later werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij leed aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis en bijkomende klachten zoals chronische buikpijn en migraine, waardoor hij niet in staat was zijn werkzaamheden volledig te verrichten. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die een zorgvuldig en consistent rapport opstelde, waarin werd bevestigd dat appellant beperkt is in samenwerken en omgaan met conflicten, maar deels in staat is tot zelfstandig en solitair werk.
De deskundige kon geen definitief oordeel geven over de volledige arbeidsmogelijkheden, maar gaf aan dat appellant niet volledig in staat was zijn werkzaamheden te verrichten op de datum in kwestie. De Raad concludeerde dat het UWV ten onrechte het recht op uitkering had beëindigd en vernietigde het besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het UWV-besluit dat appellant per 24 oktober 2014 geen recht meer had op Ziektewetuitkering wordt vernietigd en herroepen.