Uitspraak
15 december 2016, 16/2356 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat bij intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad besloot het UWV te veroordelen tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten werden vastgesteld op € 501,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV claimen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier L.R. Carlier op 8 november 2018.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 501,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.