ECLI:NL:CRVB:2018:3514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldige medische beoordeling bij WIA-herbeoordeling zonder nieuwe medische informatie
Appellant, laatst werkzaam als beheerder, viel sinds 2006 uit en ontving een WGA-uitkering. Na herbeoordeling door het UWV in 2015 werd zijn uitkering beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij extra beperkingen werden vastgesteld maar de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De verzekeringsarts had de klachten, waaronder vermoeidheid en wervelkolomproblemen, voldoende meegewogen en geen urenbeperking van vier uur per dag opgenomen. Appellant leverde geen nieuwe medische gegevens aan om zijn stellingen te onderbouwen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn bezwaren, met name over vermoeidheidsklachten door een verstoord slaappatroon. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van november 2015 adequaat rekening hield met de beperkingen. De voorbeeldfuncties zijn medisch passend bevonden.
De Raad zag geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke verzekeringsarts en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.